Reynderstaks

De meerwaardetaks (ook wel Reynderstaks genoemd) op obligatiefondsen werd reeds tien jaar geleden ingevoerd.   Ondertussen verhoogde het tarief van 15 % naar 30 % en werd de belastingbasis verbreed naar alle fondsen met minstens 25 % obligaties in portefeuille! De Reynderstaks geldt voor zowel fondsen die dividenden uitkeren als voor kapitalisatiefondsen.   Op deze laatste moeten beleggers en surplus 1,32 % beurstaks betalen bij verkoop.

De gemeenschappelijke beleggingsfondsen, in tegenstelling tot de BEVEK/SICAV, hebben geen rechtspersoonlijkheid en ontsnappen aan deze taks.   De fiscus gaat ervan uit dat elke eigenaar de taks betaalt op het moment dat het gemeenschappelijk fonds die inkomsten incasseert!

Een aantal grootbanken hebben voor hun dakfondsen (een fonds dat belegt in fondsen) geopteerd voor zo’n gemeenschappelijk beleggingsfonds.   Zowel ING als BNP Paribas Fortis doen dit niet omwille van de fiscale transparantie, waarbij ze twijfelen of er al dan niet Reynderstaks dient ingehouden te worden.

De fondsen van Carmignac, Flossbach, Ethenea….publiceren een rekenmodule op hun website om aan te geven hoeveel dividenden het fonds heeft ontvangen.   U betaalt geen beurstaks bij verkoop maar aan de Reynderstaks ontsnapt u niet. De belasting op de populaire gemengde fondsen is door de Reynderstaks een zeer complex gegeven geworden.

Beleggingsfondsen die verpakt worden in een TAK23 levensverzekeringscontract betalen éénmalig 2 % op de inleg en zijn daarna vrijgesteld van elke belasting.   Door de constante verhoging van de roerende voorheffing en beurstaks, is een TAK23 de meest aantrekkelijke formule. Daarenboven kan u in een verzekeringscontract makkelijk switchen van het ene fonds naar het andere zonder dat dat een fiscale kostprijs heeft.
Indien je zo’n switch via bancaire fondsen doet, ontsnap je niet aan de beurstaks.   En ook hier werd het plafond opgetrokken van 2.000,- euro naar 4.000,-